Ondernemen in het landelijk gebied
Voor economische ontwikkeling hebben toeristisch-recreatieve bedrijven ruimte nodig. Waar (beperkt) ontwikkelingsmogelijkheden bestaan, is de nabijheid van al dan niet beschermde natuur vaak een bedreiging in plaats van een economische kans. Dat is jammer en onnodig.
De Vogel- en Habitatrichtlijn heeft een verlammende werking op nieuwe initiatieven van het bedrijfsleven in de sector. Het (water)recreatiebedrijf is voor (lokale) overheden een complex beoordelingsobject. Doorlooptijden van vergunningen nemen daarom extreme lengtes aan en samenhangende belangenafweging komt veelal in het gedrang.
Toerisme en natuur kunnen elkaar versterken. Daarbij kunnen recreatieve ondernemingen juist een bijdrage leveren aan duurzame kwaliteit van natuur in hun omgeving.
Het PTR ziet het als een uitdaging (beperkte) economische activiteit in (beschermde) natuurgebieden toe te staan.